Interview met bedrijfsarts i.o. Julia Verbist

Als arbeidsrecht advocaat krijg ik regelmatig vragen die zien op de rol van de bedrijfsarts. Werknemers ervaren bijvoorbeeld spanning voorafgaand aan het eerste gesprek. Ze willen weten hoe ze zich zo goed mogelijk kunnen voorbereiden. Werkgevers en werknemers vragen zich ook regelmatig af wat ze mogen verwachten van een bedrijfsarts. Ik besloot veelgestelde vragen te bundelen en voor te leggen aan een persoon die deze vragen bij uitstek goed kan beantwoorden: de bedrijfsarts zelf. Daarom ging ik in gesprek met Julia Verbist, bedrijfsarts in opleiding bij Zorg van de Zaak.

Toen ik jou vroeg of je mee wilde werken aan een interview was je direct enthousiast. Kun je toelichten wat jouw drijfveren zijn?

Als lezer zou je het misschien niet verwachten, maar jij en ik kennen elkaar vanuit de eerste studie die ik deed: rechten. Samen zaten we in de collegebanken, soms zelfs bioscoopzalen, colleges te volgen. En waar onze paden helemaal de andere kant op zijn gegaan, hebben we naar mijn idee wel hetzelfde doel voor ogen in onze dagelijkse werkzaamheden: mensen helpen. Of dat het bijstaan van mensen in een conflict met hun werkgever is, of het begeleiden van werknemers met een burn-out: de intentie blijft hetzelfde.

Er bestaan vaak misverstanden over de rol van de bedrijfsarts in het proces bij ziekte en/of conflicten. In mijn rol als arts in opleiding tot bedrijfsarts draag ik er graag aan bij om meer duidelijkheid te creëren. Toen jij mij vroeg voor dit interview, was ik dan ook graag bereid daaraan mee te werken.

Wat is de reden dat jij ervoor hebt gekozen om je als arts in de bedrijfsgeneeskunde te specialiseren?

Binnen de bedrijfsgeneeskunde begeleid je zieke medewerkers voor een langere tijd, en heb je veel tijd voor de gesprekken (circa 30 minuten). Dit geeft me de ruimte om echt het verschil voor iemand te maken. Daarnaast vind ik het contact met werkgevers en de rol midden in de maatschappij erg interessant. Ik spreek de hele dag werknemers uit alle verschillende sectoren, waardoor mijn blik op de wereld breder wordt.

Toen ik op de spoedeisende hulp werkte, kwam daar een buschauffeur met een gebroken arm. Hij vroeg me hoe hij dat moest doen met zijn baan – waar ik eigenlijk geen antwoord op had. In deze rol heb ik tijd om naast de ziekte ook tijd en aandacht te besteden aan het werk, de thuissituatie en de algemene gezondheid van de mensen die ik spreek. Ook kan ik preventieve adviezen geven om ziekte te voorkomen.

Kun je mij meer vertellen over de rol die de bedrijfsarts in de samenleving inneemt?

Waar een ziekenhuisarts of huisarts mensen beter maakt door middel van een medische behandeling, is de bedrijfsarts degene die iemand helpt op een gezonde en vooral duurzame manier terug te keren naar het werk. Het doel is dus niet zo snel mogelijk terug naar het werk, maar op een goede en prettige manier zodat je het lang en gezond volhoudt.

Jij bent op dit moment werkzaam als arbo-arts, maar in opleiding tot bedrijfsarts. Hoe zit dat precies?

Vaak krijgen werknemers te maken met een ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist) of een AIOS (arts in opleiding tot specialist). Dit zijn wel artsen, maar (nog) geen bedrijfsartsen. De ANIOS is niet in opleiding. De AIOS volgt naast de werkdagen nog 1 dag per week (gedurende 4 jaar) de opleiding tot bedrijfsarts. Na deze 4 jaar mag hij of zij zichzelf bedrijfsarts noemen. Over het algemeen begint een arts als ANIOS bij een arbodienst en gaat hij/zij na een tijdje werken in opleiding tot bedrijfsarts.

ANIOS en AIOS doen hetzelfde werk als de bedrijfsarts. Maar als ze ergens niet uitkomen dan overleggen ze dit met hun supervisor. De supervisor is wel altijd een bedrijfsarts. In het gesprek merkt een werknemer hier eigenlijk niets van. Indien de werknemer er behoefte aan heeft, is er altijd een gesprek met de supervisor van de ANIOS/AIOS mogelijk, maar in de praktijk heb ik dit zelf nog nooit meegemaakt.

Ook hoor je nog wel eens de term arbo-arts. Deze benaming gebruiken bedrijfsartsen (in opleiding) zelf eigenlijk nooit. Het is namelijk geen beschermde titel. De titel zegt ook niet veel over de rol en/of achtergrond die iemand heeft, behalve dat het een arts is. In de volksmond wordt de term soms gebruikt voor artsen die binnen de bedrijfsgeneeskunde werkzaam zijn, maar geen bedrijfsarts zijn (ANIOS en AIOS).

In mijn rol als arbeidsrecht advocaat merk ik dat werknemers vaak opzien tegen het eerste gesprek met de bedrijfsarts. Mensen die nog nooit bij de bedrijfsarts zijn geweest hebben geen idee wat ze kunnen verwachten. Kun jij vertellen hoe het eerste spreekuur er doorgaans uit ziet?

De eerste keer dat een werknemer met een bedrijfsarts te maken krijgt, is meestal 6 weken na de ziekmelding. Op dat moment is het namelijk wettelijk verplicht om een afspraak met de bedrijfsarts te hebben. Op verzoek van werkgever of werknemer kan het ook eerder zijn.

Hoe dit eerste spreekuur er uit ziet is natuurlijk per arts verschillend, maar zal over het algemeen dezelfde onderwerpen bevatten. Zelf stel ik eerst vragen over het werk dat iemand doet. Eerst zijn dat vaak praktische vragen over hoe lang iemand in dienst is, of iemand een vast of tijdelijk contract heeft, en hoeveel uren iemand per week werkt. Daarna heb ik het over de inhoud van het werk. Hoe ziet een gemiddelde werkdag er uit? Sommige mensen hebben fysiek zware beroepen met veel tillen, bukken of hurken. Andere mensen zitten de hele dag achter de computer maar hebben te maken met veel werkdruk en deadlines. Hierdoor krijg ik een indruk van de werkzaamheden, maar ook van de relatie met collega’s en leidinggevenden. Soms zijn er namelijk ook werkgerelateerde factoren die hebben bijgedragen aan de ziekmelding, zoals werkdruk of juist een conflict op de werkvloer.

Julia-Verbist

Afbeelding: Julia Verbist, arts bij Zorg van de Zaak

Julia Verbist studeerde in 2017 af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Nadat zij korte tijd ervaring opdeed als arts binnen de chirurgie en de spoedeisende hulp in het BovenIJ Ziekenhuis te Amsterdam, vertrok Julia samen met haar vriend naar Singapore. Daar woonde en werkte zij twee jaar als onderzoeker binnen de dermatologie en als gezondheidscoördinator op een school. Na haar terugkeer besloot Julia als arts te gaan werken bij Zorg van de Zaak. Sinds maart 2021 is zij in opleiding tot bedrijfsarts.

“Het eerste spreekuur duurt meestal zo’n 20 minuten. En als een werknemer dat fijn vindt, kan hij altijd iemand meenemen naar het gesprek, zoals de partner of een goede vriend/vriendin.”

Daarna spreek ik met mensen over de reden van ziekmelding. Dit kan van alles zijn, omdat iedereen die ziek gemeld is naar de bedrijfsarts komt. Soms is dat een heel duidelijk verhaal. Denk aan een gebroken been of een ziekenhuisopname. Maar vaak gaat het om psychische klachten zoals overspannenheid. We spreken over het begin van de klachten, het beloop sindsdien en wat iemand zelf gedaan heeft aan de klachten (is de werknemer bijvoorbeeld naar de huisarts geweest, of is er een andere behandeling gestart). Soms is het nodig om medische informatie op te vragen bij de behandelaar.

Samen kijken we wat er nog wel en wat er (op dit moment) niet meer kan. Als een werknemer een burn-out heeft of heel ziek is en veel tijd en energie voor behandeling nodig heeft, dan kan hij of zij misschien (tijdelijk) helemaal niet werken. Maar als iemand een gebroken been heeft, dan kan diegene vaak bij de werkgever nog wel zittende werkzaamheden uitvoeren. In dat geval bespreekt de bedrijfsarts de beperkingen met de werknemer: wat kan er allemaal niet meer? In de brief naar de werknemer en de werkgever komen dit soort adviezen te staan. Bijvoorbeeld dat de werknemer niet kan staan en lopen maar nog wel zittend werk kan doen. De werknemer kan dan samen met de werkgever bedenken wat er nog wel zou kunnen, totdat de werknemer medisch weer (voldoende) hersteld is.

Het eerste spreekuur duurt meestal zo’n 20 minuten. En als een werknemer dat fijn vindt, kan hij altijd iemand meenemen naar het gesprek, zoals de partner of een goede vriend/vriendin.

Bij veel werknemers die ik voorafgaand aan hun eerste gesprek met de bedrijfsarts spreek bestaat wantrouwen over de rol van de bedrijfsarts. Omdat de bedrijfsarts door de werkgever wordt betaald, spreken werknemers regelmatig hun zorgen tegen mij uit over het advies van de bedrijfsarts. Ze zijn bang dat de bedrijfsarts hen zo snel mogelijk weer wil laten opbouwen, terwijl de werknemer daar nog niet aan toe is. Hoe kijk jij hier tegenaan?

Mensen denken vaak dat de bedrijfsarts gaat zeggen dat ze aan het werk moeten, terwijl ze dit nog helemaal niet aan kunnen. Dat is niet waar; de bedrijfsarts wil dat werknemers op een gezonde en duurzame manier weer gaan werken op het moment dat dat medisch gezien haalbaar is. Als iemand te snel weer gaat werken, is de kans alleen maar groter dat iemand opnieuw ziek wordt. Hier heeft natuurlijk niemand baat bij. Soms is de werknemer misschien bang dat het nog niet gaat lukken om te werken. De bedrijfsarts kan dan met de werknemer meedenken hoe dit het beste aangepakt kan worden. Vaak wordt er een opbouwschema gemaakt om geleidelijk terug te keren naar het werk. Het doel is dus niet zo snel mogelijk terug naar het werk, maar op een goede en prettige manier zodat je het lang en gezond volhoudt.

“Het doel is niet zo snel mogelijk terug naar het werk, maar op een goede en prettige manier zodat je het lang en gezond volhoudt.”

Ook denken mensen dat de bedrijfsarts voor de werkgever werkt, omdat die de bedrijfsarts betaalt. Meestal is dat tweede niet eens waar. Vaak werkt de bedrijfsarts voor een arbodienst. Dat is een grote organisatie met bedrijfsartsen, die voor verschillende bedrijven werken. Hierdoor is er dus geen rechtstreekse overeenkomst tussen de arts zelf en de werkgever.

Daarnaast is de bedrijfsarts onafhankelijk, en kiest de bedrijfsarts geen partij. Als je bang bent dat de bedrijfsarts partijdig is, kun je dit altijd bespreekbaar maken. Mocht je het niet met de bedrijfsarts eens zijn, dan kun je bij een andere bedrijfsarts om een second opinion of een deskundigenoordeel van het UWV vragen. Een nieuwe arts kijkt dan nog een keer naar jouw verhaal.

Zelf merk ik dat werknemers vaak zenuwachtig zijn voor het gesprek dat ze met mij hebben. Omdat ze bang zijn dat ik zeg dat ze moeten werken, of dat ik alleen maar aan het belang van de werkgever denk. Aan het einde van het gesprek zijn ze vaak juist blij dat we elkaar gesproken hebben en dat ik ze heb kunnen helpen. Soms heb ik ook een beschermende rol. Als een werkgever heel erg veel druk op een werknemer uitoefent dan kan ik de werkgever juist een beetje afremmen om ervoor te zorgen dat de werknemer de tijd krijgt om goed te herstellen.

Als een werknemer het gesprek spannend vindt, kan hij of zij dat aan het begin van het gesprek altijd bij de bedrijfsarts aangeven.

Hoe ziet de begeleiding van de bedrijfsarts er na het eerste spreekuur uit?

Na het eerste gesprek kan de werknemer soms met goede adviezen weer (gedeeltelijk) aan het werk. Als de werknemer helemaal beter is en de overeengekomen uren en taken gaat werken, is er meestal geen vervolgspreekuur met de bedrijfsarts nodig.

“Samen kijken we wat er nog wel en wat er (op dit moment) niet meer kan.”

Als de werknemer nog niet kan werken, of geleidelijk gaat opbouwen, dan is er vaak een vervolgspreekuur. Hierin bespreekt de werknemer met de bedrijfsarts hoe het gaat, en maken zij een plan voor de komende periode. Meestal vinden de vervolggesprekken plaats met tussenpozen van ongeveer 6 weken. Dit gaat net zo lang door tot de werknemer hersteld is of 104 weken ziek is.

Als de werknemer een jaar ziek is, of misschien zelfs langer, dan wordt vaak een arbeidsdeskundig onderzoek uitgevoerd door een arbeidsdeskundige. Er wordt dan gekeken of het werk nog passend is, of dat het werk aangepast moet worden. Als dat niet mogelijk is, wordt er gekeken naar andere functies binnen of buiten de organisatie. Hier kan de arbeidsdeskundige meer over vertellen.

Ik adviseer op dit moment een werknemer die zich heeft ziekgemeld wegens overspannenheidsklachten. Naast privé omstandigheden voelde hij zich al een tijd niet gelukkig in zijn baan. Hij voelde zich ook onveilig op de werkvloer. Mijn cliënt wil absoluut niet meer terugkeren naar zijn werk. De werkgever heeft geen idee. In zulke situaties merk ik vaker dat de werknemer in een tweestrijd zit: moet ik nu vertellen aan de bedrijfsarts dat ik niet meer terug wil, of krijg ik dan problemen? Wat zou jij werknemers vanuit jouw rol adviseren? En welke positieve bijdrage kun jij in zo’n situatie hebben?

Alles wat de werknemer aan de bedrijfsarts vertelt, valt onder het beroepsgeheim. De bedrijfsarts mag geen medische informatie met de werkgever delen, zoals de reden waarom de werknemer zich heeft ziekgemeld.

In de praktijk zie ik vaak dat er bij mensen met klachten van overspannenheid ook werkgerelateerde of persoonlijke factoren meespelen. Dit kan een verhoogde werkdruk zijn, maar ook een gebrek aan werkplezier of problemen met collega’s. Soms komen mensen er ook tijdens een ziekmelding pas achter dat de baan niet bij ze past. Dan willen ze op zoek naar iets anders. Dat is helemaal niet raar.

Al deze dingen kan de werknemer juist met de bedrijfsarts bespreken. Ze staan namelijk een gezonde terugkeer naar werk in de weg. De bedrijfsarts kan de werknemer hierin juist helpen en adviseren, ook als de werknemer niet meer terug wil naar de eigen werkgever.

Sinds 1 juli 2017 hebben werknemers het recht gebruik te maken van een preventief spreekuur. Ik hoor maar weinig dat hier ook daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. Volgens mij heerst er nog veel onbekendheid over. Kun jij toelichten wat een preventief spreekuur is, en wanneer werknemers dit middel kunnen inzetten?

Iedereen in Nederland kan, zonder dat de leidinggevende dit weet, een afspraak maken met de bedrijfsarts. Dit kan een werknemer bijvoorbeeld doen als hij denkt dat het werk hem te veel wordt en hij overspannen raakt. Maar ook bij praktische vragen, bijvoorbeeld bij zwangerschapsklachten of rugklachten, kunnen werknemers een preventief spreekuur aanvragen.

De werkgever betaalt de rekening. Het kost de werknemer dus geen geld, maar de werkgever weet niet welke werknemer bij het spreekuur geweest is. Ook krijgt de werkgever geen brief na het gesprek. Het is dus mogelijk om helemaal anoniem iets met de bedrijfsarts te bespreken.

Is er tot slot nog iets wat je wilt meegeven?

De bedrijfsarts is er om de werknemer te begeleiden als hij of zij door ziekte de eigen werkzaamheden niet (helemaal) kan uitvoeren. De bedrijfsarts werkt samen met de werknemer aan een plan voor de toekomst. Alles wat werknemers met de bedrijfsarts bespreken is vertrouwelijk. Een goede bedrijfsarts kan juist een belangrijke rol spelen in het duurzame herstel.