Header

Auteursrecht in de arbeidsrelatie

×
Ga terug naar het overzicht

Wie auteursrechtelijke werken creëert, is in beginsel ook de rechthebbende van dat werk. Voor werken die tot stand komen binnen de arbeidsrelatie, gelden echter net wat andere regels. In deze blog verkennen we de juridische verhoudingen tussen werknemer en werkgever rondom dit intellectuele eigendom.

Wat is auteursrecht (kort)

Het auteursrecht ontstaat automatisch zodra een creatief werk wordt gemaakt. Onder een ‘werk’ vallen “werken van letterkunde, wetenschap of kunst”. Die categorie wordt ruim geïnterpreteerd: niet alleen boeken, muziek en schilderijen vallen hieronder, maar ook software, videogames, sieraden, voordrachten en choreografieën.

De hoofdregel in het auteursrecht is eenvoudig: volgens artikel 1 van de Auteurswet rust het auteursrecht bij degene die het werk heeft gemaakt (de houder).

De houder van het auteursrecht heeft het exclusieve recht om het werk te publiceren, verveelvoudigen, verkopen of licenties (gebruiksrechten) te verlenen aan derden. Dat betekent dat de auteur inkomsten kan genereren uit de exploitatie van het werk.

Daartegenover staat het eigendomsrecht, geregeld in artikel 5:1 lid 1 van het BW. Dit recht ziet op fysieke zaken. Koop je bijvoorbeeld een gedrukt boek, dan word je eigenaar van het fysieke object. Je mag het lezen, doorverkopen of weggeven. Maar: je verkrijgt niet het auteursrecht op de inhoud. Dat betekent dat je de tekst niet zonder toestemming van de auteur mag kopiëren, online zetten of hergebruiken.

Kort gezegd:

  • Het eigendomsrecht geeft je zeggenschap over een fysiek object.
  • Het auteursrecht geeft zeggenschap over het intellectuele werk dat daarin besloten ligt.

Beide rechten kunnen dus van toepassing zijn maar rusten bij verschillende personen, met ieder hun eigen juridische reikwijdte.

Auteursrecht binnen de arbeidsrelatie

Op de hoofdregel in het auteursrecht, bestaat een aantal belangrijke uitzonderingen. Eén daarvan komt aan de orde als een werk wordt gemaakt door een werknemer, in het kader van zijn dienstbetrekking. Op basis van artikel 7 van de Auteurswet komt het auteursrecht automatisch toe aan de werkgever. Dit staat bekend als het werkgeversauteursrecht.

Om werkgeversauteursrecht te laten ontstaan, moet aan twee voorwaarden worden voldaan.

  1. Er moet sprake zijn van arbeid in dienst van een ander. Er moet dus sprake zijn van een arbeidsovereenkomst.
  2. Het werk moet zijn vervaardigd in het kader van die dienstbetrekking.

Werkgeversauteursrecht is dus niet van toepassing op freelancers, omdat zij in niet in loondienst zijn. Ook bijvoorbeeld een door een stagiair ontwikkeld softwareprogramma valt niet automatisch onder het werkgeversauteursrecht. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat een stagiair geen arbeid in juridische zin verricht.

Een werk is ‘in het kader van de dienstbetrekking’ vervaardigd als het, gelet op alle omstandigheden van het geval, voldoende verband houdt met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. De volgende vragen zijn daarbij onder meer van belang.

  • Is het werk gemaakt tijdens werktijd?
  • Is het werk gemaakt met gebruik van middelen van de werkgever?
  • Past het werk binnen de opgedragen werkzaamheden/functieomschrijving?
  • Is het werk gemaakt onder gezag of instructie van de werkgever?

Hierbij geldt: hoe meer factoren aanwezig zijn, hoe sterker het verband.

Ook als het werk buiten werktijd wordt gemaakt, kan sprake zijn van werkgeversauteursrecht. Dit is het geval als het maken van dit werk behoorde tot wat de werknemer geacht werd te doen. Dat werd onder andere bevestigd in een uitspraak waarin een docent natuurkunde op verzoek van haar vakgroep opgaven bundelde in een boek. Zij deed dat in het belang van het door haar gegeven onderwijs. Dat zij de werkzaamheden grotendeels in vrije tijd zou hebben verricht en geen instructies van de werkgever kreeg, doet daar volgens de rechtbank niets aan af. Het samenstellen van de bundel paste binnen de onderwijstaak die de docent, met een grote mate van zelfstandigheid, in kon vullen. Hiermee berust het auteursrecht op grond van artikel 7 Auteurswet bij de werkgever.

Contractuele afspraken over auteursrecht

Het is mogelijk om in de arbeidsovereenkomst afwijkende afspraken te maken over de verdeling van auteursrechten. Ten eerste omdat het werkgeversauteursrecht geen volledige zekerheid biedt. Het criterium ‘in het kader van de dienstbetrekking’ is bewust open geformuleerd en kan in de praktijk tot discussie leiden.

Daarnaast maken afwijkende afspraken maatwerk mogelijk dat beter aansluit bij de economische en creatieve realiteit. Zo zal een softwarebedrijf vaak volledige zekerheid willen over auteursrechten op code in verband met investeerders, licenties of een latere overname. In de creatieve sector kan een werknemer juist belang hebben bij het behoud van rechten om werk te tonen in een portfolio of om eigen nevenprojecten te exploiteren. In het onderwijs en onderzoek ligt de nadruk weer anders. Daar kunnen afspraken nodig zijn over auteursrechten op lesmateriaal, publicaties of open-access gebruik. Door expliciet vast te leggen hoe met auteursrechten wordt omgegaan, kunnen belangen worden afgestemd. Zo wordt de waarde van creatief werk juridisch beter geborgd — voor beide partijen.

Werkgever en werknemer kunnen in de arbeidsovereenkomst een Auteursrechtbepaling (ook wel IE-beding, Intellectueel Eigendomsbeding genoemd) opnemen. Zo’n bepaling kan variëren van het bevestigen of uitbreiden van het werkgeversauteursrecht, tot een (voorwaardelijke) overdracht van auteursrechten, aangevuld met licenties, vergoedingen of uitzonderingen voor nevenprojecten. Door deze afspraken vooraf duidelijk en schriftelijk vast te leggen, wordt achteraf discussie voorkomen en weten werkgever en werknemer waar zij aan toe zijn.

Conclusie

Het auteursrecht binnen de arbeidsrelatie wijkt op belangrijke punten af van de hoofdregel dat de maker ook de rechthebbende is. Wanneer een werk in het kader van de dienstbetrekking wordt vervaardigd, komt het auteursrecht in beginsel toe aan de werkgever. Omdat dit criterium sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, kan in de praktijk onzekerheid ontstaan. Door hierover duidelijke en schriftelijke afspraken te maken in de arbeidsovereenkomst, kunnen werkgever en werknemer hun wederzijdse verwachtingen afstemmen en juridische discussies voorkomen. Daarmee wordt niet alleen rechtszekerheid gecreëerd, maar ook recht gedaan aan de waarde van creatief werk. Wil je hier meer over weten?

Ga terug naar het overzicht