AI is binnen de kortste keren onderdeel geworden van het dagelijks werk. E-mails laten herschrijven, een conceptbrief opstellen, cijfers laten analyseren of even snel “iets uitzoeken” via ChatGPT, Copilot of Claude: het gebeurt op vrijwel elke afdeling, vaak zonder dat iemand er bewust bij stilstaat. Maar sinds 2 februari 2025 stelt de Europese AI Act een concrete eis aan organisaties die met AI werken: hun mensen moeten voldoende ‘AI-geletterd’ zijn. Geen vrijblijvende aanbeveling, maar een verplichting die geldt voor werkgevers, en voor de medewerkers en externe krachten die de tools gebruiken.
In deze blog lees je wat AI-geletterdheid precies inhoudt, voor wie de verplichting geldt, hoe je eraan voldoet, en welke risico’s je loopt als je het laat liggen.
In deze blog:

Wat betekent AI-geletterdheid?
Artikel 3, punt 56 van de AI Act legt uit wat AI-geletterdheid is. Het gaat om de kennis en vaardigheden die nodig zijn om AI-systemen op een verstandige en bewuste manier te gebruiken. Medewerkers moeten niet alleen weten hoe AI werkt, maar moeten ook inzicht hebben in de kansen, risico’s en mogelijke schade die het gebruik van AI mee kan brengen.
Wat wordt verplicht met AI-geletterdheid?
Artikel 4 van de AI Act bepaalt dat aanbieders en organisaties die AI gebruiken, ervoor moeten zorgen dat hun medewerkers en andere betrokkenen voldoende AI-geletterd zijn. Zij moeten hiervoor passende maatregelen nemen, zoals training of duidelijke uitleg. Daarbij moeten ze rekening houden met het kennisniveau en de ervaring van de betrokken personen, én met de situatie waarin de AI wordt gebruikt en op wie deze impact heeft.
Artikel 4 vormt daarmee de juridische basis voor de verplichting tot AI-geletterdheid en is sinds 2 februari 2025 in werking getreden.
Wat voldoende is, hangt af van de functie van de betreffende medewerker, het type AI en de risico’s die bij gebruik ervan komen kijken.
Om aan artikel 4 van de AI Act te kunnen voldoen, moeten organisaties op een rij zetten:
- welke AI-systemen zij gebruiken en de context waarin deze worden gebruikt (bijvoorbeeld HR, marketing of productie);
- wat het risiconiveau van deze systemen is;
- wie ermee werkt;
- en welk kennisniveau en ervaring al aanwezig is bij deze betreffende medewerker(s).
Vervolgens moet worden bepaald welke kennis nog nodig is. Alleen vertrouwen op handleidingen van AI-tools is meestal niet voldoende.
De benodigde kennis verschilt per rol, maar gaat in de basis over:
- hoe AI werkt en waarvoor het wordt gebruikt
- hoe je AI correct toepast en de uitkomsten begrijpt
- welke risico’s en impact AI kan hebben op mensen
- welke regels gelden (bijvoorbeeld bij risicovolle AI en datagebruik)
Er zijn dus geen specifieke vereiste per sector.
Wie moet aan AI-geletterdheid voldoen?
Sinds 2 februari 2025 moeten de twee soorten organisaties ervoor zorgen dat hun medewerkers, maar ook externe inhuur (zoals contractors), over voldoende AI-geletterdheid beschikken. Dit gaat om aanbieders, en om gebruikersverantwoordelijken.
Aanbieders zijn bedrijven die AI-systemen ontwikkelingen en/of op de markt brengen. Gebruikersverantwoordelijken zijn organisaties die AI-systemen binnen hun bedrijf gebruiken.
Onder gebruik valt een breed scala aan toepassingen, bijvoorbeeld AI voor klantcommunicatie, AI-analyses om markttrends te voorspellen, inzet van algoritmes op bedrijfswebsites, enzovoort. In deze blog schreven we ook al over wat er bij AI-toepassingen in HR kan misgaan.
Ook het zogenoemde ‘schaduwgebruik’ valt onder gebruik. Schaduwgebruik zijn situaties waarin medewerkers zelf AI-tools gebruiken zonder dat dit formeel is geregeld binnen de organisatie. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van tools zoals ChatGPT, Microsoft Copilot, Google Gemini, of Claude, bijvoorbeeld voor herschrijven van e-mails, coderen, schematiseren, logistiek plannen, samenvatten of voor het opstellen van brieven of het maken van modellen.
Kortom betekent dit dat alle personen die met AI-systemen werken of AI-tools gebruiken om hun werk te optimaliseren, moeten beschikken over een basisniveau van kennis van AI en algoritmes.
Hoe voldoe je aan AI-geletterdheid?
Er is geen verplicht examen of certificaat nodig om te voldoen aan AI-geletterdheid. Ook hoeven organisaties geen speciaal bestuurslid aan te wijzen dat hier toezicht op houdt. Het is daarnaast niet verplicht om medewerkers te toetsen.
Wat wél belangrijk is, is dat medewerkers voldoende kennis moeten hebben om AI op een verantwoorde manier te gebruiken in hun werk. Om dit te bereiken, kunnen organisaties gebruikmaken van verschillende middelen, zoals handreikingen, trainingen en cursussen. De Digitale Overheid noemt bijvoorbeeld:
- het RADIO Leerplatform (overheidsmodules over digitalisering en AI)
- de Nationale AI en Ethiek Cursus (online basiscursus over verantwoord AI-gebruik)
- de Nationale AI-cursus (toegankelijke uitleg over hoe AI werkt)
Op basis van wat binnen de organisatie nodig is, kun je vervolgens concrete stappen zetten, zoals Trainingen organiseren, een AI-beleid opstellen en monitoring en evaluatie inrichten.
Er is dus geen vaste checklist, maar organisaties moeten aantoonbaar nadenken over kennis, begeleiding en verantwoord gebruik van AI binnen hun organisatie.
Wat zijn de risico’s bij onvoldoende AI-geletterdheid?
Onvoldoende AI-geletterdheid is niet alleen een nalevingsprobleem op papier. Het vertaalt zich in concrete juridische en financiële risico’s.
Allereerst is de verplichting uit artikel 4 AI Act bindend. Het toezicht hierop wordt de komende jaren verder opgebouwd. Een organisatie die niet aantoonbaar heeft nagedacht over kennis, begeleiding en verantwoord gebruik, staat dus zwak zodra een toezichthouder of een wederpartij daarnaar vraagt. Vanaf 3 augustus 2026 kunnen nationale toezichthouders ook sancties opleggen als blijkt dat organisaties onvoldoende maatregelen hebben genomen om te voldoen aan de AI Act. De hoogte van mogelijke boetes op grond van schending van artikel 4 van de AI Act hangt af van de ernst van de overtreding. Als bijvoorbeeld schade ontstaat doordat medewerkers AI gebruiken zonder (voldoende) scholing of begeleiding, kan dit leiden tot strengere handhaving.
Belangrijk voor de dagelijkse praktijk zijn de risico’s die nu spelen. Bijvoorbeeld bij het eerder genoemde schaduwgebruik, waar geregeld bedrijfsgevoelige of persoonsgegevens als prompt in een AI-tool worden ingevoerd. Dat kan een datalek en een schending van de AVG opleveren, en raakt vaak ook geheimhoudingsbedingen in arbeidsovereenkomsten. Daarnaast geldt: wie de uitkomsten van AI niet kan beoordelen, neemt het risico van die uitkomsten zelf. Een vergissing of een ondeugdelijke berekening blijft de verantwoordelijkheid van degene die zich erop beroept.
Een frappant voorbeeld uit de arbeidsrechtelijke praktijk is de volgende. In een ontbindingsprocedure werd door een werknemer verzocht om een billijke vergoeding van € 50.000,00. De gemachtigde van de werknemer onderbouwde ter zitting deze hoogte door aan te geven dat dit bedrag door ChatGPT werd genoemd. De kantonrechter maakt hier korte metten mee in deze uitspraak. Een analyse van ChatGPT is volgens de kantonrechter geen deugdelijke onderbouwing, en de kantonrechter kent uiteindelijk maar € 5.000,00 toe. Het door de gemachtigde klakkeloos overnemen van een AI-uitkomst, zonder te begrijpen waar die op stoelt, kostte de werknemer hier dus een veelvoud van de uiteindelijk toegekende vergoeding.
Praktische tips
- Leg trainingen en maatregelen vast
Het is niet verplicht om AI-trainingen te documenteren, maar het is wel verstandig. Door vast te leggen welke trainingen en instructies zijn gegeven, kun je later bijvoorbeeld bij een incident of controle aantonen dat je als organisatie serieus werk hebt gemaakt van AI-geletterdheid. - Stel eisen aan je AI-leveranciers
Leg in je inkoopvoorwaarden vast dat ingekochte AI-systemen aan duidelijke eisen voldoen, en vraag leveranciers om transparantie: hoe werkt het systeem, welke risico’s zijn er en hoe gebruik je het veilig? - Maak met personeel afspraken over verantwoord gebruik
Leg in een AI-beleid of het personeelshandboek vast welke tools zijn toegestaan, dat gevoelige gegevens niet in publieke AI-tools horen en dat medewerkers de uitkomsten zelf controleren. Belangrijk ook arbeidsrechtelijk: een sanctie of ontslag wegens AI-misbruik houdt vaak geen stand als hierover vooraf niets is vastgelegd.
Conclusie
AI-geletterdheid is geen vrijblijvende keuze meer, maar een belangrijk onderdeel van verantwoord werkgeverschap. Op basis van de AI Act moeten organisaties ervoor zorgen dat medewerkers voldoende kennis hebben om AI veilig en bewust te gebruiken.
Wat voldoende is, hangt af van de context, maar niets doen is geen optie. Organisaties die investeren in kennis, beleid en begeleiding verkleinen niet alleen juridische risico’s, maar zorgen ook voor beter en betrouwbaarder gebruik van AI op de werkvloer.
Ga terug naar het overzicht